|
a <zn.(de)> 1. <eerste
letter v.h. Ned. en Pap. alfabet> a
à <voorz.> 1. <per
eenheid> na; <twee gros à tien
gulden> dos gròs na dies florin; 2.
<tussen bep. hoeveelheden> pa, entre
... i ...; <twee ~ drie jaar> dos pa
tres aña, entre dos i tres aña
a.b.b. <Ant.Ned.>
<zn.(de)> 1. <afkorting voor
algemene bestedingsbelasting> impuesto
general di konsumo, a.b.b.
A.B.C.-eilanden <zn.(de),mv.>
1. Islanan A.B.C.
a.m. <Lat.> <afk.>
1. <bij tijdsaanduidingen, afk. van ante
meridiem, 's morgens> di mainta, a.m.
à propos <tw.> 1.
<wat ik wilde zeggen> rei kiko, a
propósito, papiando di esei,
<Eng.> by the way
a.u.b. <tw.> 1. <afk. van
alstublieft, bij verzoek> por fabor
aai <zn.(de)> 1. karisia
aaien <ov.ww.> 1.
karisiá
aalmoes <zn.(de)> 1.
limosna
aambei <zn.(de)> 1. ambei
aamborstig <bn.> 1.
asmátiko
aamborstigheid <zn.(de)> 1.
pechu será, será di pechu
aan <bw.> 1. <bij>
na; 2. <v. schoeisel en kleren>
bistí; 3. <a.d. gang> aden; 4.
<mbt. lamp, licht, vuur, sigaret, fornuis,
kachel, motor, elektr. app.>
sendé/sendí
aan <voorz.> 1. na; <een
schilderij ~ de muur hangen> kologá
un kuadro na muraya
aanbakken <onov.ww.> 1.
<aanbranden> kima
aanbeeld, aambeeld <zn.(het)>
1. bigonia
aanbellen <onov.ww.> 1.
bèl, bati bèl
aanbenen <onov.ww.> 1.
lanta/pika/pèrta/pèrtè pia
aanbesteden <ov.ww.> 1.
kontratá, husta; <een werk ~ >
kontratá/husta un trabou
aanbesteding <zn.(de)> 1.
kontratashon; <openbare ~ >
kontratashon públiko
aanbevelen <ov.ww.> 1.
rekomendá; <aanbevolen dagelijkse
hoeveelheid> kantidat diario
rekomendá
aanbevelenswaardig <bn.> 1.
rekomendabel
aanbeveling <zn.(de)> 1.
rekomendashon
aanbevelingsbrief <zn.(de)> 1.
karta di rekomendashon, karta di
referensha/-sia
aanbiddelijk <bn.> 1.
adorabel
aanbidden <ov.ww.> 1.
<vereren> adorá,
venerá
aanbidder <zn.(de)> 1.
<verliefd persoon, iem. die een ander
aanbidt> adorador/-dó; 2.
<bewonderaar> atmirador/-dó; 3.
<vereerder in religieuze zin> devoto,
deboto, adorador/-dó,
venerador/-dó
aanbidding <zn.(de)> 1.
<verering> adorashon; 2.
<bewondering> atmirashon; 3.
<verering in religieuze zin>
adorashon, devoshon, venerashon
aanbieden <ov.ww.> 1.
<ter beschikking stellen>
ofresé, brinda; 2. <presenteren,
overhandigen> presentá,
entregá
|
aanbieden <wk.ww.> 1.
<zich bereid verklaren> ofresé
(bo servisio); 2. <zich voordoen, zich
vertonen> presentá
aanbieder <zn.(de)> 1.
<comp., doorgever van post via internet,
Eng.> provider
aanbieding <zn.(de)> 1.
<aanbod> oferta; 2.
<presentatie, overhandiging>
presentashon, entrega
aanbijten <onov.ww.> 1.
<de eerste beet in iets nemen> morde,
dal un mordé, purba; 2. <van vissen,
i.h. aas bijten> pik, morde
aanblik <zn.(de)> 1. bista,
aspekto
aanbod <zn.(het)> 1. oferta;
<vraag en ~ > oferta i demanda
aanbotsen <onov.ww.> 1. dal,
<Ar.> bòks
aanbouw <zn.(de)> 1. parti
agregá; <in ~ > den
konstrukshon
aanbouwen <ov.ww.> 1.
<aan een bestaand gebouw vastbouwen>
agrandá, <indien a.d. achterkant wordt
vastgebouwd> rèk; <een stuk
aan/bij een huis ~ >
rèk/agrandá un kas
aanbouwsel <zn.(het)> 1. parti
agregá
aanbranden <onov.ww.> 1.
kima
aanbreken <ov.ww.> 1.
<openmaken, bv. v. fles, blik of doos>
(h)abri; <een blik koekjes ~ > (h)abri
un bleki di kuki
aanbreken <onov.ww.> 1.
<v. morgenlicht, morgen, dag> abri,
habri; <bij het ~ v.d. dag> ora/pareu
di dia (h)abri, ora/pareu solo sali; 2. <v.d.
avond of nacht> sera
aanbrengen <ov.ww.> 1.
<aangeven> denunsiá; 2.
<verklikken> delatá, reda
(riba); 3. <bijdragen> aportá,
kontribuí; 4. <toevoegen>
agregá, añadí; 5.
<invoeren, mbt. wijzigingen>
introdusí, trese
aanbrenger <zn.(de)> 1.
<aangever> denunsiante; 2.
<verklikker> redadó
aandacht <zn.(de)> 1. atenshon,
tinu; < ~ schenken aan> paga/buta tinu
na, paga atenshon na; < ~ trekken>
yama/hala atenshon
aandachtig <bn.> 1. atento, ku
atenshon
aandachtspunt <zn.(het)> 1.
punto di atenshon
aandeel <zn.(het)> 1.
<waardepapier> akshon, sher,
<Eng.> share; <gewoon ~ >
akshon ordinario; <preferent ~ >
akshon preferente; 2. <deel, bijdrage>
parti
aandeelhouder <zn.(de)> 1.
akshonista
aandeelhoudersvergadering
<zn.(de)> 1. reunion di akshonista
aandelenkapitaal <zn.(het)> 1.
kapital na akshon
aandenken <zn.(het)> 1.
rekuerdo, <Fr.> souvenir
aandoen <ov.ww.> 1.
<aantasten> afektá; 2.
<aantrekken, v. kleding, schoeisel>
bisti; 3. <doen ontbranden v. vuur>
sende, pega; 4. <in werking stellen, v.
elektr. app. of fornuis> sende,
<m.g.> pega; <het fornuis ~
> sende/pega stof; 5. <berokkenen,
veroorzaken, bv. schade> kousa,
okashoná, hasi; 6. <bezoeken, mbt.
haven> toka, pasa, hasi eskala (na)
|