|
A a de, a) de eerste letter v.h. Pap.
alfabet; b) (muz.) la de; partikel om perfectief
aspect aan te duiden, te vertalen met hebben of
zijn; ha; ah
a, baina verdomd (vulg.), verrek
a base di op basis/grond van
a: di - te zèt a: van - tot zet, ook
fig.
a fin di teneinde
a, karamba verdraaid nogaantoe
a kargo di ten laste van
a kosto di ten koste van
a kousa di vanwege, wegens, om reden van
a la op zijn, als, zoals, op de manier/wijze
van
a la bes tevens, tegelijk, op hetzelfde
ogenblik
a la bròsh(i) en brosse
a la bròsh(i): peña - en
brosse: het haar - kammen
a la fan uiteindelijk; ten langen leste, ten
laatste
a la fin uiteindelijk; ten langen leste, ten
laatste
a la fin a la fan uiteindelijk; ten langen
leste, ten laatste; en toen kwam er een olifant
(beginwoorden v.e. slotformule bij
fantasieverhaaltjes en sprookjes)
a la fòrs noodzakelijkerwijs;
kwaadschiks, met geweld
a la: hasi u.k. - ... op zijn: iets - ...
doen (zoals ... pleegt/plegen te doen)
a la karga gezegd als men een nieuwe poging
doet om iets te realiseren
a la largu op de(n) (lange) duur
a la órden tot uw dienst
a la paria aan het spit, geroosterd
a lo largu op de(n) (lange) duur
a lo mehor misschien, mogelijk, straks, je
hebt grote kans dat
a lo ménos tenminste, althans
a lo sumo hooguit
a ménos ku tenzij
a ni niet eens; zelfs niet
a ni maske e balia keke wat hij ook doet,
hij kan hoog en laag springen
a ni maske ken, kiko, kuantu, kon wie ook,
wat ook, hoeveel ook, hoe ook
a no ser ku tenzij
a.o. (abrev. hul.) a.o. (verkorte vorm van
arbeidsongeschikt of arbeidsongeschiktheid)
a pesar di ondanks
a pesar di tantu kontratempu ondanks zoveel
tegenslagen
a pesar ku e tabata sinti malu ondanks het
feit dat hij zich niet lekker voelde
a propósito doelbewust, opzettelijk;
à propos, a) terzake, van pas; b) wat ik
zeggen wou
a traves di via, middels, door
à vue (fr.) (muz.) à vue
(Fr.), van het blad, onvoorbereid
aangeschoten (hul.) aangeschoten (bij
voetballen)
aanmaning (hul.) aanmaning de
abandoná verlaten; in de steek laten;
abandonneren; verlaten, in de steek gelaten;
geabandonneerd
|
abandono verlatenheid de; verlating de,
verlaten het, achterlaten het, in de steek laten
het; verwaarlozing de; (zeev.) abandon het,
overgave de, afstand de; abandonnement 't
abarká omvatten, inhouden, behelzen;
omvat, behelsd
abatí terneergeslagen, gedeprimeerd,
depri
abatuar abattoir het (Fr.), slachthuis
het
abeha bij de
abemaria Ave Maria het, ave het,
weesgegroetje het; (uitroep) jee, jeetje
abestrus struisvogel de (Struthio
camelus)
abiertamente openlijk, vrijuit
ábil vaardig; handig; bekwaam,
capabel
abilidat vaardigheid de; handigheid de;
bekwaamheid de
abilidat/habilidat ekspresivo/di ekspreshon
uitdrukkingsvaardigheid de
abilidat/habilidat komunikativo
communicatieve vaardigheid de
abilidat/habilidat manual handvaardigheid
de
abismo afgrond de, ook fig.
abitá bewonen; bewoond
abitante bewoner de; inwoner de
abla spraak de, spraakvermogen het
abla/habla: pèrdè - spraak:
sprakeloos zijn/staan, met de mond vol tanden
staan
ablante spreker de
ablante/hablante nativo 'native speaker' de
(Eng.)
ablif? wat zegt u?, wat zeg je?
abo jij, je, u (als ond.), ook na emfatisch
gebruik van partikel 'ta'; je, jou, u (als lijd. of
meew. vw.), ook na emfatisch gebruik van partikel
'ta'
abo a nèk tur kos jij/u hebt alles
verpest
abo so jij/u alleen
abogado advocaat de
abogasia advocatuur de
abolí afschaffen; afgeschaft
abolishon afschaffing de; afschaffen het
abolishon di sklabitut afschaffing van de
slavernij de
abominabel verachtelijk, weerzinwekkend,
afschuwelijk, abominabel
aboná (riba) abonneren (op); zich
abonneren (op); geabonneerd (op)
abonado abonnee de, geabonneerde de
abono abonnement het
abortá aborteren, een miskraam
hebben; mislukken, tot een ontijdig einde komen;
abortus opwekken; geaborteerd; mislukt
aborto abortus de, vruchtafdrijving de
aboso (Ar. i Bon.) jullie (als pers. vnw.,
uitsl. als onderwerp gebruikt)
abou beneden; naar beneden; benedenwaarts;
laag; onder; naar het westen; in het westen; westen
het; West de (b.v. tgov. Nederland of Europa);
eilandsbestuur het (tgov. landsregering);
Benedenwinden de (tgov. de Bovenwinden);
Benedenwinds; leeg (v.e. luchtband)
|